Tue is oudste van drie kinderen in een armoedig boerengezin in Denemarken in een plaats ver van alles vandaan. Tue zal tussen de 12 en 15 jaar zijn. De boerderij is verrot en de bestelbus vertoont altijd kuren en is ook nog eens te klein. Zijn moeder is verslaafd aan online gokken en de vader is onberekenbaar: dan weer toegeeflijk en met Tue optrekkend en dan weer wreed tegen zijn kinderen en gezin. Er lopen wel acht honden op het erf, maar er is geen cent te makken. In bijna elk hoofdstuk vindt er een mislukking plaats rond Tue of doet hij zelf iets doms. En dat gaat zo door tot en met het laatste hoofdstuk. Eigenlijk verwachtte ik een bepaald einde, zoals iets wat lukt of dat er iemand dood gaat. Het boek is het eerste van een trilogie. Misschien dat er pas een einde komt in deel drie.
Het boek is goed geschreven, maar het gevoel dat het ook wel eens de goede kant mag uitgaan blijft telkens aanwezig. Het is een niet erg opbeurend verhaal en ik denk dat ik de volgende verhalen ook moet lezen om weer een beetje in evenwicht te komen.
De opvolgers heten Op een dag lachen we erom en Je had er waarschijnlijk bij moeten zijn. Dat komt wel een keer. Ik wil ook ooit nog een keer de andere boeken van Tove Ditlevsen lezen, maar dan moet ik weer wat beter tegen de treurigheid Ditlevsens en Kosgaards boeken kunnen.