Niet en geen zijn allebei woorden om iets te ontkennen, ethymologisch komen ze voort uit verschillende woorden. Niet wordt gebruikt om een woord met een bepaald lidwoord (de) te ontkennen. Niet wordt ook gebruikt om een adjectief te ontkennen en om een werkwoord te ontkennen. Geen wordt gebruikt om een substantief te ontkennen met een onbepaald lidwoord (het) of zonder lidwoord.
Meestal is het niet erg ingewikkeld:
- Staan de koeien altijd op stal. De koeien staan niet op stal. (bepaald lidwoord: de)
- Zijn er koeien? Er staan geen koeien in de stal (geen lidwoord)
- Is dit de snelste weg naar Enschede? Nee, dit is niet de snelste weg (bepaald lidwoord: de)
- Hebben jullie een kat, Nee wij hebben geen kat (onbepaald lidwoord: een)
- Heb je boodschappen gedaan? Neen ik heb nog geen boodschappen gedaan (geen lidwoord)
- Heb je boodschappen gedaan? Nee die heb ik nog niet gedaan (ontkenning bij werkwoord gedaan)
- Drink je melk in de koffie. Nee, ik drink geen melk in de koffie (geen lidwoord)
Aansluitend bij het laatste voorbeeld: bij namen van stoffen gebruiken we geen lidwoord en dan gebruik je bij ontkenning dus ook geen en niet niet. Bijvoorbeeld: Is er hout gebruikt bij de bouw van het museum? Nee er is geen hout gebruikt.
Werkwoorden ontkennen
Het ontkennen van een zelfstandig naamwoord (substantief) of een bijvoeglijk naamwoord (adjectief) is anders dan het ontkennen van een werkwoord. Een ontkenning die bij het werkwoord hoort, gaat met niet.
Voorbeelden:
- Is het museum van hout gemaakt. Nee het is niet van hout gemaakt. In dit geval hoort de ontkenning (het woord niet) niet bij hout, maar bij gemaakt.
- Heb je een lekker ontbijt gehad? Nee, ik heb geen lekker ontbijt gehad (substantief ontbijt met het)
- Heb je het eitje opgegeten? Nee, dat heb ik niet opgegeten (niet hoort bij opgegeten)
Geen hoort altijd bij een substantief: nee, geen mooi boek; nee, geen suiker, a.u.b., er rijden geen treinen
Niet kan ook passen bij een adjectief: ik vind dit niet mooi, zij zijn niet rijk.
| Het woord NIET ontkent: | Het woord GEEN ontkent: |
| Substantief met 'de' | Substantief met 'een' of zonder een lidwoord |
| Adjectief | |
| Werkwoord |