Het tweede deel uit de Kopenhagentrilogie van Tove Ditlevsen en ook dit is een prachtig geschreven boek. Als Tove 15 jaar is moet ze van school en gaan werken, in een armoedige tijd vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De andere boeken uit de trilogie (Kindertijd en Afhankelijkheid) zijn ook al zo mooi.
Ungdom
Eigenlijk moet je de hele trilogie lezen want Ditlevsen schrijft geweldig over haar leven als buitenbeentje. Dat is ze al als kind, maar ook haar volwassen leven is heel anders dan dat van de meesten van haar generatie. Ook in dit boek is er de drang om poëzie te schrijven en te willen publiceren en aan het einde van dit boek ontvangt ze enkele exemplaren van haar eerste dichtbundel. Dat is sterker dan alle ellende in haar leven bij elkaar. Haar gezin is armoedig. Haar vader is regelmatig werkloos. Haar moeder hamert erop dat Tove wel aan de lelijke kant is en ervoor moet zorgen dat ze niet alleen overblijft. Ze slaapt zelfs bij haar ouders op één kamer totdat haar broer , Edvin, uit huis gaat. Net als Edvin kan Tove bijna niet wachten om een eigen kamer te hebben, ergens anders. Ze heeft een slecht gebit, maar geen geld om het te laten repareren. Ze voelt zich niet goed thuis bij haar leeftijdsgenoten, die niet veel anders te bepraten hebben dan jongens en trouwen.
Vaak heeft ze wel één vriendin en die is dan vaak losbandiger en roekelozer: Ruth als ze jonger is en Nina tegen de tijd dat ze werkt. Met 15 jaar moet ze van school omdat de ouders het niet meer kunnen betalen. Een hele serie baantjes volgt. Als ze 18 jaar is en zelfstandig kan gaan wonen en uitgaan, moet ze van de ene kamer naar de andere en vaak zit ze daar eenzaam in de kou, behalve als ze gaat dansen met Nina.
Telkens hoopt ze een goede man te treffen. Trouwen is belangrijk, maar er zit niet veel soeps tussen de kerels die haar naar huis brengen. Ze is wel een keer verloofd maar zelfs de ouders van deze man waarschuwen Tove. Hun zoon kan geen goede man voor haar zijn, omdat hij een oplichter is.
Ze stuurt een paar gedichten op naar de redacteur van Vild Hvede (Wilde Tarwe), Viggo F. Møller. Hij is van de generatie van haar ouders maar dat maakt niet uit want ze ziet echt wel iets in hem. Het wordt in elk geval een vriendschappelijke relatie en Tove voelt zich eindelijk niet alleen. Viggo F. helpt haar om haar gedichten gepubliceerd te krijgen en uiteindelijk verschijnt er dan haar eerste dichtbundel, Pigesind (Meisjesgeest, over gevoelens en romantiek van tienermeisjes). Andere mensen zullen haar gedichten lezen. "Misschien zal een kind dat heel stiekem van poëzie houdt deze gedichten lezen en er iets bij voelen wat haar omgeving niet begrijpt", denkt ze. De bundel zal in boekwinkels liggen. Als ze het eerste exemplaar in huis heeft, besluit ze het de volgende dag aan Viggo F. te laten zien. "Vanavond wil ik er in mijn eentje tijd mee doorbrengen, want er is niemand die echt begrijpt wat voor wonder dit voor me is", schrijft ze. Ik gun het haar van harte.