Novelle over de 11-jarige Elmer, een wat triestige, achterdochtige en afwerende jongen. Helaas is het in dit boek ook voortdurend saai weer. Werther Nieland is een jongen uit de buurt, die Elmer ontmoet bij een andere jongen thuis. Voortdurend probeert Elmer andere jongens, waaronder Werther Nieland, te betrekken bij clubs die hij wil oprichten en waarin Elmer zelf de hoofdrol wil spelen. Maar hij stoot zijn leden in spe ook bij het geringste weer uit de club.
Elmer doet soms gekke dingen zoals het afhakken van de koppen van pas gevangen visjes of het verbranden van een vogel. Voor hem hebben deze handelingen wel een betekenis maar het is toch wat zonderling. Maar ach, tegenwoordige jongens van elf jaar zitten voortdurend op een schermpje te scrollen, gekker wordt het niet.
Regelmatig overvalt Elmer een droevig gevoel. Er lukt niet al te veel van zijn ondernemingen. Op een gegeven moment maakt hij kennis met een ander kind uit de buurt, Maarten Scheepmaker. Die doet allerlei dingen met techniek, lampjes, transformatoren etc. Maar ook de experimenten van Maarten mislikken allemaal. Met de clubs wordt het niks.
De moeder van Werther vertoont enigszins afwijkend gedrag. Ze danst door de buurt met kinderen achter zich aan en ze maakt seksueel getinte opmerkingen tegenover haar kinderen en Elmer. Elmer wordt er wel bang van maar hij interpreteert het volgens mij niet als seksueel getint. Deze moeder wordt aan het einde van het boek afgevoerd, kennelijk naar een kliniek. Even later verhuist Werther naar een andere wijk. Weg vriendje.
Het is een naargeestig boekje en ik heb het ook niet met heel veel plezier gelezen. Het is geen dijenkletser. Wel goed hoe de jongens zijn beschreven en hoe die naargeestige sfeer is weergegeven. Wel lezen maar niet als je zelf een beetje droevig bent, lijkt me.